Bent u klaar voor de btw ‘quick fixes’ van 2020?

De Europese btw-regels voor intracommunautaire handel zijn complex en niet altijd even duidelijk. De komende jaren zal deze regelgeving grondig wijzigen. De huidige ‘tijdelijke’ stelsels zullen vervangen worden door een definitief regime, voorlopig vanaf juli 2022.

In afwachting van deze hervorming hebben de EU-lidstaten vier wijzigingen goedgekeurd met betrekking tot B2B-btw-regels voor intracommunautaire handel binnen de EU. Deze wijzigingen – die van kracht werden op 1 januari 2020 – worden ‘quick fixes’ genoemd. Zij hebben betrekking op de volgende thema’s:

  • Vereenvoudiging voor voorraden op afroep
  • Vereenvoudigd bewijs voor intracommunautaire leveringen van goederen
  • Verplicht stellen van het btw-identificatienummer klant bij IC-leveringen
  • Uniforme regels voor vervoer bij kettingtransacties

Is uw onderneming betrokken bij intracommunautaire handel? Dan moet u de mogelijke impact van deze ‘quick fixes’ op uw business goed inschatten om btw-risico’s te vermijden en nieuwe kansen volop te grijpen.

  1. Vereenvoudiging voor voorraden op afroep

Sinds 1 januari 2020 geldt voor alle EU-lidstaten de introductie van een regeling voor voorraden op afroep in hun respectieve btw-wetgeving. Een ‘voorraad op afroep’ vindt plaats wanneer een leverancier in lidstaat A goederen vervoert naar een andere leverancier in lidstaat B, en op het tijdstip van vervoer al de identiteit kent van de persoon die de goederen verkrijgt en aan wie de goederen in een later stadium en na aankomst ervan in de lidstaat van bestemming zullen worden geleverd.

In principe moet de leverancier een btw-register bijhouden in lidstaat B en lokale btw aanrekenen aan zijn klant. De vereenvoudigingsregeling voor voorraad op afroep ontheft – onder bepaalde voorwaarden – de leverancier van zijn verplichting om een btw-register bij te houden in lidstaat B. De betaling van de btw verschuift naar de klant. Momenteel voorziet de btw-wetgeving in de lidstaten geen vereenvoudigd systeem. De nieuwe regeling kan daarom een aanzienlijke vooruitgang betekenen voor betrokken bedrijven en sectoren

  1. Vereenvoudigd bewijs voor intracommunautaire leveringen van goederen

Intracommunautaire leveringen van goederen (dit zijn goederen die vervoerd worden van de ene naar de andere lidstaat) zijn vrijgesteld van btw in de lidstaat waar de goederen vertrekken. Dit impliceert dat de leverancier in staat moet zijn om een bewijs te leveren van het goederenvervoer. Het leveren van dergelijk bewijs ging tot nu toe moeizaam in vele lidstaten. De ‘quick fixes’ willen ophelderen hoe dergelijk vervoer bewezen kan worden.

Vanaf 2020 zal een verkoper twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken moeten voorleggen uit een lijst die bepaald is via de nieuwe regelgeving (bv. een transport-, verzekerings- of CMR-document). Daarnaast wordt een volledig nieuwe en extra voorwaarde van kracht wanneer de koper (of iemand die hem vertegenwoordigt) het transport van de goederen verzorgt. In dat geval zal de koper aan de verkoper een schriftelijk bewijs moeten afleveren dat de goederen vervoerd werden naar de lidstaat van bestemming.

Dit schriftelijk bewijs is een belangrijke nieuwigheid in de nieuwe wetgeving en werd nog niet eerder toegepast in de Btw-Richtlijn.

  1. Verplicht stellen van het btw-identificatienummer klant bij IC-leveringen

Sinds 1 januari 2020 is het extra belangrijk geworden om bij intracommunautaire verrichtingen over een geldig btw-identificatienummer van de koper te beschikken. Meer nog: deze formele voorwaarde wordt een materiële voorwaarde, en bijgevolg essentieel.

Vanuit praktisch oogpunt betekent dit dat, als men niet over een btw-identificatienummer van de koper beschikt of een ongeldig nummer vermeldt, de intracommunautaire leveringen van goederen niet vrijgesteld van btw zullen zijn in de lidstaat waar de goederen vertrekken. Met andere woorden: de lokale btw zal van toepassing zijn. Dit kan uiteraard belangrijke financiële gevolgen hebben.

Bedrijven of sectoren die intracommunautaire leveringen doen, moeten nauwgezet nagaan of ze beschikken over de nodige tools en procedures om de btw-identificatienummers systematisch, eenvoudig en betrouwbaar te checken.

  1. Uniforme regels voor vervoer bij kettingtransacties

Het bepalen welke transactie in een kettingverkoop de intracommunautaire levering is (en dus een btw-vrijstelling kan genieten), wordt heel wat eenvoudiger als gevolg van wijzigingen die in 2020 van kracht worden bij het vervoer van goederen door een tussenhandelaar (bv. wanneer goederen gedispatched of vervoerd worden door de tussenhandelaar of door een derde partij die hem vertegenwoordigt).In principe wordt de levering tussen de oorspronkelijke leverancier en de tussenhandelaar beschouwd als intracommunautair (met dus een btw-vrijstelling tot gevolg), behalve als de tussenhandelaar aan de oorspronkelijke leverancier het btw-nummer geeft waaronder hij geregistreerd is in de lidstaat van de oorspronkelijke leverancier.